Mijn (1964, autodidact) wijze van werken is gevormd door een langdurige ziektegeschiedenis die veertien jaar lang mijn jeugdjaren ontregelde. Ik was twintig toen ik een verlossende ingreep onderging in het toenmalige Academisch Ziekenhuis te Groningen, eh ja genezen, zo stelde men vast, misschien was dat wel zo.  Ik was niet meer in staat  om onderwijs te volgen vanwege een aantal handicaps.

  Later volgde de kennismaking met het expressionisme als ook het impressionisme. Ik ervoer overeenkomsten met mijn gefragmenteerde zien en communiceren. De definitie van de perfectie zoals ik die van het realisme kende bestond in mijn beleving niet meer; mijn veranderde werkelijkheid eiste meer inzicht in de fraaie buitenkant die men doorgaans als 'het leven' betitelt'. Alsof ik was verworden tot een abstracte vorm; zoals mijn omgeving zag wie ik was geworden, in plaats van degene die ik wilde zijn.

  Ik ben pas in 1990 gaan schilderen. Nee het was meer oefenen in fijnschilderen, gefascineerd als ik was door foto's in tijdschriften waarbij de reflectie van flitslicht  in gezichten speelde.  Helaas is het bij één paneel gebleven destijds omdat ik na de zomervakantieperiode in dat jaar weer aan het werk moest als schoonmaker. Zie afbeelding hiernaast op deze pagina.

  Tot 2008 heb ik me meer verdiept in taal. Heb twee dichtbundels geschreven oa. maar meer daarover in 'publicaties'.  Nu ik de afgelopen jaren met olieverf ben gaan werken ervaar ik eenzelfde meditatieve werking als bij het schrijven, maar het magische van kleur en substantie verbaast me zoveel meer als iets wat nog niet bestond voordat ik mijn penseel er in doopte.

 

Bolsward, maart 2015.

 

P.S. Na de laatste serie van vorig jaar heb ik inzicht gekregen hoe ik me verder wil ontwikkelen naar een eigen stijl.   Een tiental olieverfschilderijen houd ik daarom liever binnenskamers.